Soms is het gewoon werk en dat is ook oké
Cheyenne Goudswaard maakt illustraties en animaties over menselijk gedrag dat vaak onopgemerkt of onbegrepen is. Haar werk is intiem en kwetsbaar, maar altijd met een speelse en humoristische ondertoon. Illustraties van haar hand verschenen onder andere in The New York Times, De Volkskrant en De Correspondent. “Online ben ik best actief – zo vond The New York Times mij.”
Cheyenne won in 2023 de Keep an Eye Animation Talent Award met haar pitch voor een film over skin picking: een dwangstoornis waarbij mensen obsessief aan hun huid peuteren.
“Ik wist lange tijd niet wat er met me aan de hand was. Zelfs psychologen herkenden het niet. Dan denk je als kind echt: wat ben ik voor een gek wezen? Later kreeg ik wel een antwoord, maar ik miste de ervaringsverhalen.
Ik durfde er nooit over te praten, uit schaamte. Dat zie ik ook bij anderen die hetzelfde hebben: de focus ligt vaak op ‘wat is er mis met mij?’ Inmiddels ben ik gegroeid en kijk ik er anders naar. Dat zie je terug in mijn werk. Met humor en mooie beelden wil ik laten zien: dit is óók wie je bent en dat mag er gewoon zijn.”
Humor als manier om te begrijpen
“Dankzij Keep an Eye kon ik het eerste stapje zetten voor een korte film over skin picking. Filmmaken is een lang proces, maar door deze steun kreeg ik de ruimte om mijn idee verder te ontwikkelen. Daardoor kon ik het pitchen bij een producent en onderzoeken hoe ik dit verhaal het best kon vertellen.
Want hoe leg je uit wat het is en dat je er niet zomaar mee kunt stoppen? Als je het zelf niet hebt meegemaakt, is het moeilijk om het te begrijpen. Met deze film wil ik vooral laten zien hoe je je voelt met zo’n stoornis. Voor mensen die het herkennen hoop ik dat het een beetje troost biedt en dat ze er misschien zelfs om kunnen lachen. Ik wil het luchtig houden. Met humor wordt het toegankelijker ook al is het voor mij een zwaar onderwerp. Er waren tijden dat ik nauwelijks kon functioneren. Nu gaat het supergoed met mij, waardoor ik dit werk ook kan maken.”
Verder onder de foto

Van Instagram naar The New York Times
“Ik ben best zichtbaar online, vooral via Instagram, waar ik veel deel en contact heb met andere illustratoren die ik inspirerend vind. Zo kwam de New York Times op mijn pad.
Na mijn afstuderen moest ik echt leren mijn werk ook zakelijk te bekijken. In het begin maakte ik geen verschil tussen autonoom werk en opdrachten, wat vaak tot frustratie leidde. Ik wilde er altijd mijn eigen ding van maken. Maar uiteindelijk wil een opdrachtgever vooral iets duidelijk overbrengen. Het hoeft niet altijd een kunstwerk te zijn. Dan maak je het te zwaar en blijft er van je uurtarief niks meer over. Soms is het gewoon werk en dat is ook oké.”
Persoonlijke verhalen als vertrekpunt
“Mijn autonome werk is vaak heel persoonlijk. Anders kan ik er niet voor langere tijd genoeg interesse voor opbrengen. Mijn eerste film Ik Ben Hier ging over de angst om vergeten te worden. Die maakte ik in een periode waarin ik me best wel eenzaam voelde.
Iedereen wil gezien worden. Ik ook. Ik vraag me af: wat laat ik na? Tegelijk weet ik: over honderd of tweehonderd jaar weet waarschijnlijk niemand meer wie ik was. Dat is beangstigend én bevrijdend. Het laat ook zien dat je jezelf niet zo druk hoeft te maken. Want uiteindelijk maakt het voor de toekomst niet zoveel uit. Je leeft nu.
Dat soort gevoelens zijn te abstract om zomaar in woorden te vatten. Dus begin ik met schetsen. Ik heb oog voor detail. Ik luister veel, observeer voortdurend. Ik let op gezichtsuitdrukkingen, lichaamstaal, hoe mensen zich bewegen. Dat zie je terug in mijn animaties. Er is geen dialoog – het zijn de kleine, menselijke trekjes die het verhaal vertellen. Dát is de kracht van animatie: met fantasie kun je de werkelijkheid uitvergroten en zo emoties zichtbaar maken.”

Met speelse illustraties en gevoelige animaties geeft Cheyenne Goudswaard vorm aan wat vaak verborgen blijft. In haar werk onderzoekt ze menselijke emoties, onzekerheden en gedragingen die niet altijd begrepen worden. Daarbij schuwt ze kwetsbaarheid niet, maar kiest ze juist voor humor en herkenning. Die combinatie bracht haar van persoonlijke verhalen naar opdrachten voor onder meer The New York Times, De Volkskrant en De Correspondent.










