Ze zagen zichzelf niet rijden in een ‘gele kanarie’ of ‘banaan’. Misschien voelde het niet mannelijk genoeg.
Typografie moet je iets laten vóelen vindt Michael Jay Smits: “Die psychedelische letters uit de hippietijd zijn soms amper te lezen en toch denk ik: dáár had ik bij willen zijn.”
Michael volgde drie masterclasses tijdens de Keep an Eye/Graphic Matters Summerschool. “In de laatste masterclass, onder leiding van Team Thursday, hebben we in drie dagen een boek over typografie neergezet. Een flinke klus, maar als team lukte het. Juist die samenwerking vind ik het mooist aan de Summerschool: werken met mensen van over de hele wereld, die elk een totaal andere blik meebrengen.”
Charlie and the Chocolate Factory
“Mijn liefde voor grafisch ontwerp begon toen ik Charlie and the Chocolate Factory in de bioscoop zag. Alles in de wereld van Willy Wonka klopte: van de bezorgtrucks tot de wikkel van de chocoladereep, overal zat dezelfde identiteit in verweven.
Dat is de kracht van grafisch ontwerp: het brengt een idee of gevoel over op een manier die iedereen begrijpt.
Inmiddels werk ik bij het ministerie van Defensie, waar ik de branding en vormgeving van de catering verzorg – 76 locaties, 900 medewerkers en meer dan 75.000 bezoekers. Ook daar vertelt de huisstijl een verhaal. Voor een soldaat is het niet simpelweg: ‘hier is je bord eten’. In elk ontwerp verwerk ik waarden die passen bij wie hij is en waar hij voor staat.”
Typografie moet voelbaar zijn
“Typografie is niet alleen functioneel, soms draagt het bij aan de ervaring. Tuurlijk, een wiskundeboek moet vooral duidelijk en leesbaar zijn. Maar een poster voor een band moet vooral de vibe van de muziek overbrengen. Neem die expressieve, psychedelische letters uit de hippietijd – soms nauwelijks leesbaar, en toch denk ik: dáár had ik bij willen zijn.
Soms draait het zelfs helemaal niet om leesbaarheid. Ik las ooit een boek waarin de regels tekst steeds dichter op elkaar kwamen te staan. Tot de letters uiteindelijk samensmolten en de pagina zwart werd. Onleesbaar. En dat was precies de bedoeling. Het ging niet meer om de woorden, maar om het gevoel: de schrijver had geen papier meer, hij was straatarm. Dat voelde je, omdat de typografie de inhoud versterkte.”
Verder onder de afbeeldingen (klikken = vergroten)
Trends in typografie
“In de jaren ’70 en ’80 waren Nederlandse bedrijven heel expressief in hun vormgeving. Maar tijdens de economische crises – eind jaren ’80, begin jaren ’90 en opnieuw in 2008 – wilden bedrijven simpelweg minder investeren in grafisch ontwerp. Tegelijkertijd zeiden Amerikaanse designers: ‘Gebruik Helvetica, dat werkt altijd.’
En ja, het werkt, maar daardoor gaat alles wel érg op elkaar lijken. Vooral als je kijkt naar de huisstijlen van veel bedrijven: die zijn vaak heel kil. Dan denk ik: wie bén jij eigenlijk? Typografie is juist een geweldig medium om karakter te tonen. Ik kan trouwens nog steeds enorm genieten van zo’n strak lettertype als Helvetica. Maar ik denk ook dat wat meer expressie geen kwaad kan.”
De kleur van duurzaamheid?
“Voordat ik aan de slag ga, doe ik onderzoek. Stel: het ontwerp draait om duurzaamheid. Wat zie je dan voor je? Waarschijnlijk groen. Maar klopt dat wel?
Als designer kan ik zeggen: ‘Groen staat voor natuur, frisheid, duurzaamheid.’ Dat klinkt logisch, ook volgens de kleurentheorie. Maar hoe ervaren mensen die kleur écht? Daarom ga ik naar buiten. De straat op. En vraag ik simpelweg: “Wat betekent deze kleur voor jou?”
Dat is wat ik zo fascinerend vind: kleur, typografie, symboliek – het zijn geen natuurwetten. Wij geven er samen betekenis aan. Neem blauw, bijvoorbeeld. Een kleur die symbool staat voor betrouwbaarheid. De overheid koos ‘m bewust voor haar huisstijl. Maar sinds de toeslagenaffaire is dat blauw misschien z’n glans wel kwijtgeraakt.”
Verder onder de afbeeldingen (klikken = vergroten)
Knalgele kanarie
“De huisstijl van de NS is briljant. Het beroemde NS-logo is ogenschijnlijk simpel maar probeer het maar eens uit je hoofd na te tekenen. Dat is bijna onmogelijk. Ook de kleurkeuze is bijzonder. Terwijl de meeste landen kiezen voor grijze treinen, rijden wij in Nederland in felgele gevaartes. Dat is op het eerste gezicht vreemd, maar kijk wat er gebeurt als een NS-trein een station binnenkomt. Tussen al dat grauw van beton en staal knalt het geel eruit.
Daar is goed over nagedacht. Grafisch ontwerper Gert Dumbar deed uitgebreid onderzoek voordat hij met de huisstijl aan de slag ging. Ze bouwden zelfs miniatuurstations met gele treintjes om het effect te testen.
Tot eind jaren ’60 waren treinen donkerrood, donkergroen of donkerblauw. Toen kwam het geel. Reizigers waren meteen enthousiast. Maar machinisten moesten er niks van hebben. Ze zagen zichzelf niet rijden in een ‘gele kanarie’ of ‘banaan’. Misschien voelde het niet mannelijk genoeg – het was toen nog echt een mannenberoep, machinist.”
Mijn favoriet? De huisstijl van de PTT in de jaren ’80. Uit een tijd waarin huisstijlen nog gingen over identiteit en erfgoed, in plaats van het volgen van marketingstrategieën en het maken van winst.

Typografie die je bijna niet kunt lezen, en toch wilt meemaken. Voor Michael Jay Smits zit daar precies de magie. Letters die dansen, schuren of compleet uit de bocht vliegen, maar ondertussen wél iets laten voelen. Want volgens hem begint goed ontwerp niet bij begrijpen, maar bij ervaren. Die fascinatie voor beleving bracht hem naar de Keep an Eye/Graphic Matters Summerschool, waar hij samenwerkte met designers van over de hele wereld. In korte, intensieve masterclasses werd er geëxperimenteerd, gezocht en vooral veel gemaakt, van ideeën die nog alle kanten op konden tot een tastbaar eindresultaat.















