Als artiest mét band is het echt anders
“Het liefste sta ik iedere dag op het podium. Daar is het gewoon goed. Daar klopt alles. M’n humeur is meteen stukken beter. Ik ben minder gestrest. Ik kan mijn hoofd leegmaken: alle gedachtes even aan de kant en vol in het moment leven. Eigenlijk is optreden een soort therapie.”
Hard werken
“Op het podium komt alles samen, maar voor ik een set kan neerzetten moet ik hard werken. Als artiest mét band – want ik doe het niet alleen – is het echt anders dan wanneer je ín een band speelt.
Als ‘hoofd’ van de band ben ik muzikant en ook de manager. Ik schrijf de muziek en regel alles eromheen. Zoals de outfits of wat er op het podium staat qua attributen zodat het er een beetje leuk uitziet. Sommige kledingstukken maak ik zelf. En mijn haar doe ik altijd zelf.
De muziek staat op nummer één, maar ik hou ook van al die poespas eromheen. Gewoon lekker creatief bezig zijn. Alles tot een geheel maken.”
Tien jaar podiumervaring
“Sinds mijn tiende treed ik op. Of dat spannend is? Je kunt het denk ik vergelijken met een nieuwe baan. Het duurt altijd even voor je je honderd procent comfortabel voelt. Gezonde zenuwen heb ik wel. Maar ik weet: als ik een fout maak kan ik er altijd wel een draai aan geven.”
Herkenning
“Ik schrijf muziek die ik zelf mooi vind, maar ik wil ook dat anderen zich erin kunnen vinden.
Mijn debuutsingle ‘Lighthouse’ gaat over het gevoel wat je kan hebben dat je nergens bij hoort en niet precies weet wie te vertrouwen. Maar anderen vatten het op als een nummer over de liefde.
Niet iedereen hoeft hetzelfde in een nummer te horen. Dat maakt het zo mooi: ook als je de taal niet verstaat kun je het wel voelen. Het maakt muziek een van de geweldigste dingen op aarde. Muziek brengt mensen samen op een makkelijke manier.”
Inspiratie
“Als ik achter de piano ga zitten en mezelf push om te schrijven dan gaat het niet lukken. Maar ik heb bijna iedere dag wel een ingeving. Dan neem ik het meteen op. Anders vergeet ik het weer. Ik ben echt heel vergeetachtig.”
Broer grote voorbeeld
“Mijn broer maakt ook muziek en is mijn grootste held. Hij heeft me geleerd dat het niet gaat niet om fame of wat dan ook. Het allerbelangrijkste is dat je doet wat je leuk vindt.
Hij is er altijd voor me. Al sinds ik heel klein was. Bij mijn eerste optreden begeleidde hij mij op zijn gitaar. Dat geeft een gevoel van veiligheid: mijn broer is er voor mij dus ik kán dit.
Ik vind zijn muziek (de band heet: to twelve) he-le-maal geweldig. Ik zing graag zijn nummers, als een soort ode aan hem. Maar misschien ben ik bevooroordeeld omdat hij mijn broer is.”
Nog beter
“Wat ik doe is goed, maar ik wil nog meer. Ik ben heel kritisch op mezelf. Soms iets té.
Ik wil gewoon het beste laten zien van mezelf. Als ik dingen behaal, een optreden waar ik lang hard voor heb gewerkt, dan ben ik blij en opgelucht. Helemaal als ik zie dat de mensen het ook leuk vinden. En ik ook lekker los kan gaan op het podium.
Ik zou heel graag eens met mijn eigen set op North Sea Jazz of in Paradiso staan. En ik vind festivals heel leuk. Soms worden mensen helemaal wild. En soms, als ze me niet kennen, moet ik ze eerst voor me winnen.
Als ik voor mijn moeder ‘in de maneschijn’ zou zingen, dan zou ze al helemaal blij zijn. Als ik dat op een festival zou doen dan denken mensen waarschijnlijk; wat is zij aan het doen? Je moet eerst echt iets goed doen voor het publiek denkt… Woooh.”
Over The Youngsters (2020) met Martin Fondse
“Het was anders dan ik normaal zou doen. De muziek is meer klassiek en ik moest mijn bladlezen-skills weer echt even opkrikken.”
Jaïnda Buiter, Jared Grant, John Harris & NJJO – I’ve Got You Under My Skin | Matthijs Gaat Door