Wat als je nou kunst maakt die niet verkoopbaar is, moet je daar dan mee stoppen? Dat zou wel jammer zijn
a
Midden tussen de ateliers van HKU Fine Art-studenten werkte Folkert de Jong, wereldwijd bekend kunstenaar en AIR Pastoe artist in residence. Tegen studenten zei hij: “Stap de wereld enthousiast tegemoet. Niet alles lukt in één keer, soms ben je eerst teleurgesteld of verontwaardigd. De mooiste mogelijkheden komen vaak uit onverwachte hoeken.”
a
a
Folkert, je werkte midden tussen de studenten. Hoe was het als er de hele tijd over je schouder wordt meegekeken?
“Ik moet zeggen, dat viel erg mee. Eerst dacht ik: ik hang een schema op zodat studenten zich kunnen inschrijven om te komen praten over hun werk. Maar dat bleek eigenlijk niet nodig te zijn, omdat ze best verlegen zijn.
Ik zag ze wel langslopen. Soms drie keer heen en weer en dan pas durfden ze mij aan te spreken. Ik snap dat ook wel. Ik ervaar dat als een soort van respect. Dat ze denken: ik kan daar niet zomaar binnenmarcheren en allemaal vragen stellen.
Ik ben al dertig jaar kunstenaar, maar heb eigenlijk nooit lesgegeven. Jammer, dacht ik, dat ik mijn kennis niet kan overdragen. Toen kwam deze residentie voorbij, mijn kans om ze op weg te helpen na de academie.”
AIR PASTOE
Elk jaar strijkt een kunstenaar neer tussen de studentenateliers van de HKU om een half jaar lang mee te draaien en een inkijkje te geven in het leven na de academie. Folkert woont en werkt in Amsterdam en is bekend geworden met zijn enorme, kleurrijke sculpturen van styrofoam en polyurethaanschuim, materialen die meestal gebruikt worden als isolatiemateriaal. Dat werk gaat vaak over gebeurtenissen uit de (kunst)geschiedenis.
Er is meer dan de route via een galerie
Wat hoop je ze bij te brengen?
“Ik vind het belangrijk dat iedere kunstenaar zijn eigen weg zoekt. Dat cliché idee dat je van de academie komt en dan een galerie moet zoeken, probeer ik een beetje open te trekken.
Want wat als je nou kunst maakt die niet verkoopbaar is, moet je daar dan mee stoppen? Dat zou wel jammer zijn. Want dan kan je niet meer maken wat je belangrijk vindt. Wat zijn dan alternatieve manieren om ervan te kunnen existeren. In de zin dat je er je rekening mee kunt betalen.
Ik wil studenten meegeven dat je vanuit je eigen fascinatie de wereld in moet kijken. En dat je mensen kunt verrassen met een voorstel.
Dat ze bijvoorbeeld interacties aangaan, niet per se binnen een kunstdiscours, maar ook daarbuiten. De maatschappij instappen, in plaats van jezelf opsluiten in een elitaire wereld.”
Hoe pak je dat aan?
“Nou, ik ben gefascineerd door geschiedenis, dus dan benader ik bijvoorbeeld musea met archeologische collecties.
Vaak hebben die musea, vooral historische musea met oudere voorwerpen, moeite om een jongere generatie aan te spreken. En ik merk gewoon dat je met hedendaagse kunst een hele goede brug kunt maken, op een manier die zo’n museum zelf misschien moeilijk kan realiseren.
Bij het Valkhof Museum in Nijmegen heb ik net Romeinse vondsten geïntegreerd in mijn werk. Met kunst kun je die oude tijden tot leven wekken.”
Je moet voelen dat je niet anders kunt
Kun je je nog inleven in die tijd dat je begon als kunstenaar?
“Ja, best wel. Zeker toen ik hier op de academie rondliep. Ik had toen geen idee van wat de praktijk eigenlijk inhield.
Ik zie dat ze hier op de academie de studenten helpen om hun eigen trigger te vinden: wat zit er in je dat zich wil manifesteren? Dat is wat je straks nodig hebt. Want er zitten, eerlijk gezegd, meer nadelen aan het kunstenaarschap dan voordelen. Dus je moet een drive voelen van: en toch wil ik kunst maken.”
Weet je nog wat bij jou ooit getriggerd werd?
“What makes me tick? Nou, kijk naar die studenten. Als je iets maakt, zeker als je jong bent, voel je je kwetsbaar. Je denkt al snel: misschien is het wel niks wat ik doe.
Dat gevoel van ‘misschien ben ik wel geen kunstenaar’ heb ik eigenlijk omarmd.
Kijk, als je bijvoorbeeld voor het eerst met klei werkt, doet het vaak niet wat je wilt. Dat is frustrerend, maar juist in dat onbeholpene schuilt potentie. Dat er vanuit onkunde, of dat niet weten waar het naartoe gaat, juist een weg ontstaat.
Daarom laat ik in mijn werk ook het onaffe zien. Ik wil dat mensen de transformatie van het materiaal ervaren. Aan de studenten zag ik dat ze het interessant vinden om te horen dat ook een ‘pro’ die onzekerheid nodig heeft om zich te kunnen blijven ontwikkelen.
Want kunst is niet zomaar een formule of een recept dat je uitvoert en dan is het opeens kunst. Het is altijd mooi als er iets onverwachts gebeurt wat je niet helemaal kunt verklaren of uitleggen.”
Verder onder de foto
a

De keerzijde van succes
Jij was eind twintig toen jouw kleurrijke maar ook duistere installaties, gemaakt van purschuim, werden omarmd door internationale musea en de Hollywood-jetset. Je rijdt door Los Angeles, langs de palmbomen, op weg naar een feestje, net weer een werk verkocht voor veel geld. Je hebt bereikt waar iedere kunstenaar van droomt.
“Nou, ik vraag het me af. Het klinkt wel als een soort van successtory. Toch voel ik mij ongemakkelijk om hier enthousiast over te zijn. Maar goed, het is voor studenten ook wel goed om het verhaal te horen, denk ik.
Kijk, het ideaal in deze maatschappij is dat je je als individu zo ontwikkelt, dat je zo uniek wordt, dat andere mensen zeggen: ‘Wauw’. Dat je opgetild wordt. Dat je een soort held wordt of zo. Maar als iedereen juicht, ga je op een gegeven moment zelf geloven dat je geweldig bent. Het moment dat dat gebeurde, daar raakte ik ontzettend van in de war.
Ik verloor de grip op mezelf. Dat je als popster, zeg maar, verslaafd raakt aan je publiek, snap je?
Ik ben blij dat ik het heb meegemaakt om daarna terug te keren naar Nederland. Want als kunstenaar wil ik me terugtrekken en bezighouden met zinnige dingen.
Terwijl als je de hele tijd omhooggetrokken wordt, het podium op, het moeilijker is om je bezig te houden met de kern van het bestaan of zo. Daarom ben ik nu bescheiden in mijn ambities. Ik ken de prijs.”
Te hoog?
“Als de prijzen van je werk sky high gaan, moet je ook leveren. Je wordt ontzettend geleefd. En als je iets anders wilt doen, is dat in de kunstmarkt niet zo gewenst.
Ik gun iedereen z’n succes, maar als je dat hebt, begrijp je misschien ook wel dat ik het even leuk vond en daarna dacht van: laat me nu maar weer met rust.”
Iedere tijd zoekt zijn eigen kunstenaars
Je kunstwerken werden tentoongesteld van Miami tot Zuid-Korea en aangekocht door beroemde verzamelaars. Waarom wilden ze allemaal jouw werk eind jaren ’90, begin 2000?
“Ik las laatst een Amerikaanse roman die precies die periode beschrijft waarin ik daar zat. Het was wel een soort van ongeremde tijd. Ik denk dat die mensen op zoek waren naar een soort gekte.
Omdat dat nu al een tijd geleden is, kan ik dat ineens van een afstand zien. Misschien was ik wel onderdeel van een stroming. Zo werkt het vaak in kunst en cultuur, dingen raken in zwang. En als je daar toevallig mee bezig bent en je wordt opgepikt en meegezogen – projecteert iedereen de sentimenten van die tijdgeest op jou. Maar de tijd verandert en het volgende moment is weer iemand anders fantastisch.
Daarom vond ik het zo interessant op de academie. Het is een spiegel: wat is mijn plek nu? Ik ben nog steeds dezelfde kunstenaar, alleen de tijd is veranderd. Daarom ben ik ook met andere materialen gaan werken.”
Verder onder de foto

Opnieuw student worden
Werk je niet meer met isolatiematerialen?
“Daar ben ik helemaal mee gestopt. Ik had er een beetje genoeg van eigenlijk.
Ik had mezelf die techniek aangeleerd. Die methode, de materialen, de kleuren, alles paste samen. Dat was gewoon mijn ding, snap je. Maar na zoveel jaren had ik het gevoel dat ik mezelf aan het herhalen was.
Dus ik dacht van: hoe kan ik mezelf een beetje uit mijn comfortzone halen? Iets nieuws proberen. Zo ben ik vorig jaar gaan experimenteren met natuurlijke materialen, takken en zo. Gewoon even weg van die chemische troep.”
Haal je nu je materialen uit de natuur?
“Zo’n wilgentak, dat was natuurlijk gewoon altijd een materiaal dat de mensheid geholpen heeft om te overleven. Omdat je er een mand van kan maken of een soort visnet of zo. Maar hoe gebruik je dat als kunst?
Daar ben ik nu naar op zoek. Hoe kan je het materiaal zo manipuleren dat het kunst wordt? Dat het iets groters vertelt dan alleen het materiaal. Want ik wil niet leren vlechten, ik wil kunst maken.
In die zin ben ik ook weer een student. Ik leer een nieuwe taal. Ik spreek ’m nog niet helemaal, maar het begint te komen.”
Hoeveel invloed heb je als kunstenaar op de omgeving?
“Als je echt gedrag wilt veranderen, is kunst misschien niet het meest efficiënte middel.
Maar aan de andere kant denk ik dat je het ook niet moet onderschatten. Het kan zijn dat een verbeelding van een kunstenaar zo is dat mensen denken, verrek, ik begrijp nu helemaal wat je bedoelt.
Het is eigenlijk een nobele manier om iets over te dragen. Niet agressief of zo. Ik wil ook geen moralist zijn. Niet zeggen: ‘Dit is goed, dat is fout.’ Kunst hoeft niet activistisch te zijn om effect te hebben. Ik wil dat mensen gewoon geraakt worden door kunst.”
Verkoop je werk niet te vroeg
Wat moet je als beginnende kunstenaar vooral niet doen?
“Zie je kunst niet te snel als een product. Studenten komen weleens naar me toe, die zeggen dan van: ‘Er is interesse, ik kan mijn werk verkopen.’ Ik denk dan van, je moet dat werk eerst versterken voordat je er een prijskaartje aan hangt.
Want je kunt in situaties terechtkomen waarbij verkopen ontzettend vernederend is, snap je? Dat mensen extra gaan afdingen op de prijs. Dat is echt heel pijnlijk om te zien.
Ik heb ook wel meegemaakt dat familieleden of mensen uit het dorp waar ik vandaan kwam zeiden: ‘Dat is leuk, ik wil het kopen. Ik bied honderd euro’. Dan denk je van, oh, veel geld. Maar ja, daar heb je dan jaren voor gestudeerd. Dus er moet een moment komen waarop je denkt: dit is mijn werk en dit is de waarde.
Als kunstenaar kun je het gevoel hebben dat je buiten de maatschappij staat. Dat je denkt: welke plek heeft mijn kunst eigenlijk. En juist daarom moet je er legitimatie voor opeisen.”
Je kunt beter de wereld enthousiast tegemoet treden. De mooiste mogelijkheden komen vaak uit onverwachte hoeken
a
En wat je wél moet doen?
“Het gaat niet alleen om wat je maakt, je moet jezelf ook de wereld in brengen. Je moet er wel een beetje moeite voor doen. Ik vind dat ook leuk. Gewoon met zo’n verzamelaar kletsen, dat je denkt: hoe kan ik het nou richting een verkoop sturen?
Dus je moet erachteraan, weet je wel. Zonder onbeschoft te zijn. Hé, er komen kansen voorbij en die gaan ook weer weg. Of stel iemand is geïnteresseerd om iets te kopen en die zegt: ik laat het je volgende week weten. Maar die belt niet meer. Wat doe je dan? Vroeger was ik verontwaardigd. ‘Dat doe je mij niet aan.’ Maar dat werkt averechts.
Je kunt beter de wereld enthousiast tegemoet treden. Niet alles lukt in één keer, soms ben je eerst teleurgesteld of verontwaardigd. De mooiste mogelijkheden komen vaak uit onverwachte hoeken.
En deel je netwerk. Veel kunstenaars vinden dat lastig. Ze houden het voor zichzelf, omdat het al zoveel moeite kostte om het op te bouwen. Maar als jij iemand helpt, dan denkt die ander: hé, wat aardig. En helpt die ander jou later weer. Zo werkt het nou eenmaal.”

Studenten liepen soms drie keer langs zijn atelier voordat ze naar binnen durfden. Begrijpelijk, want Folkert de Jong behoort al decennialang tot de bekendste kunstenaars van Nederland. Tijdens zijn residentie tussen de HKU-ateliers bleek hij vooral geïnteresseerd in één vraag: hoe vind je als jonge kunstenaar je eigen plek in de wereld? Een gesprek over succes, twijfel, materiaalexperimenten en waarom de mooiste kansen vaak uit onverwachte hoeken komen.










