Doe een beetje leuke kleren aan op het podium. In ieder geval schoongewassen en gestreken
Zangeres, actrice en cabaretière Jenny Arean (1942) heeft eigenlijk geen introductie meer nodig. Meer dan zes decennia staat ze op het podium. Ze weet mensen vanaf de eerste seconde in te pakken met zwaar emotionele liedjes, maar schakelt ook moeiteloos naar luchtige, volkse humor. Wat vraagt het eigenlijk van een jonge maker om vandaag de dag een plek te veroveren in de wereld van de kleinkunst?
Jenny Arean begon in 1960 bij het ABC cabaret van Wim Kan, speelde in (televisie)musicals en maakte vele soloprogramma’s. Ze werkte met grootheden als Frans Halsema, Ischa Meijer en Annie M.G. Schmidt.
Je sprak tijdens de AKF Keep an Eye masterclass met de halve-finalisten van de AKF Sonneveldprijs over het kleinkunstvak en over hoe een goed gezongen lied je tot op het bot kan raken. Is er een jonge kleinkunstenaar die je momenteel opvalt?
“Ik zag David van Rosmalen in Bellevue. Dat was een try-out, het was nog niet helemaal in balans. Tegen het slot kwam praktisch het ene lied na het andere. Maar wat hij te melden had was heel eigen en zeer geestig.”
Waar zit hem dat precies in?
“Persoonlijkheid. De manier van hoe je tegen de dingen aankijkt, wat voor humor je brengt en op welke manier. Dát.”
Persoonlijkheid, is dat het belangrijkste op het podium?
“Nou ja, persoonlijkheid en talent zijn het belangrijkste. Daar moet je het mee doen.”
Herken je dat meteen?
“Ja, dat talent herken je wel, ja. Kijk, er kan natuurlijk nog veel groei komen in ieder mens, zeker als je jong bent. Toen ik begon had je de grote drie: Wim Kan, Wim Sonneveld en Toon Hermans.
Al doende leerde je. Er waren toneelscholen maar de Amsterdamse Kleinkunst Academie bestond misschien nét. Met nog maar heel weinig leerlingen erop. Maar ja, dat is allemaal heel lang geleden.”
Daar wilde ik bij horen
Hoe kwam je er dan tussen?
“Ik heb auditie gedaan bij het ABC-cabaret van Wim Kan op mijn zeventiende en ik werd aangenomen. Ik had de huishoudschool niet afgemaakt, ben op mijn vijftiende gaan werken bij mevrouwen. Ramen lappen en schoonmaken.
Ik had wel een ontzettende honger naar iets. Van films en van lezen hield ik heel veel. Ik kocht elke week een boek.
En ik was verliefd op Wim Sonneveld, die had ik gezien toen ik veertien was in het nieuwe De la Mar theater met het programma ‘Huis, tuin en keuken’ met Conny Stuart. Dat vond ik geweldig. Alles in dat programma belichaamde smaak, elegantie en humor. Daar wilde ik bij horen.”
Er waren ook niet echt veel vrouwelijke voorbeelden.
“Nee, soloprogramma’s van vrouwen waren er sowieso nog niet. Ik heb toen ettelijke jaren bij Wim Kan gezeten, want Wim Sonneveld ging de rol van professor Higgins spelen in ‘My fair lady’. Dus dat was onbereikbaar gebied. Ik deed toen auditie bij het gezelschap van Wim Kan en werd daar aangenomen.
Na twee jaar bij Kan begon televisie voor mij. Ik heb dat toen jaren (naast andere projecten) heel veel gedaan. En door televisie werd je in no time beroemd. Want er waren nog maar twee netten, dus je had meteen een miljoen kijkers. Dat beroemd zijn was niet mijn streven hoor! Ik wilde gewoon zingen en theater maken.”
Je werd dus best snel opgepikt.
“Ja, want ik had iets dat anders was dan anderen. En ik had een stem die niemand had. Nou, dan heb je twee dingen die behoorlijk belangrijk zijn.”
De halve-finalisten van de AKF Sonneveldprijs krijgen een intensief Keep an Eye Masterclass pakket aangeboden. Met een eigen coach die helpt bij het versterken van de voorstelling en met workshops van bekende professionals zoals Jenny Arean, Raoul Heertje en Theo Maassen.
Verder onder de foto

Foto’s: Mark Uyl en Anne van Zantwijk
Een goede stem is niet genoeg
Tijdens de Keep an Eye/AKF Masterclass in het theater zei je dat er heel veel mensen zijn die heel goed kunnen zingen, dat dat op zich niet interessant is, maar wel meegenomen.
“Een meesterlijke stem die heeft God je gegeven, die is er gewoon. Maar wat doe je ermee? Je moet haar in dienst stellen van je persoonlijkheid, er iets mee uitdrukken. Welk register in je gevoel of gevoelens wil je bespelen? Dat geeft karakter. Dat moet je met je hersens doen én je gevoel.”
Maar karakter heb je, óf niet.
“Kijk, laat iedereen gewoon z’n best doen. En de tijd zal uitmaken waar je terechtkomt en hoe het gaat. Want ik bedoel, er zijn god mag weten hoeveel opleidingen. En de mensen die er af komen moeten allemaal eten.
Het is natuurlijk ook aangewakkerd door al die talentenshows op televisie. So you think you can dance, you can sing. Allemaal geweldige stemmen. Maar ja, die moeten allemaal aan het werk blijven.”
Je staat altijd heel zelfverzekerd op dat podium. Heb je dat altijd al gehad, vanaf het begin?
“Dat wil niet zeggen dat je niet nerveus kunt zijn of de zenuwen kunt hebben voor iets.”
Je hebt nooit getwijfeld?
“Vaak! Over de juiste keuzes, over materiaal, over wél of niet doen.”
Avonden met een gouden randje
Heb je er altijd zin in?
“Nou, ja. Het is wel zaak om zin te maken als je lang op tournee bent. Ik heb wel eens nummers gezongen die gingen vervelen na verloop van tijd. Dat je denkt: waarom moest ik die nou zo nodig in mijn programma stoppen? Maar er zijn ook van die avonden dat alles een gouden randje heeft. Dat het voelt alsof je zweeft. Dat soort avonden kent iedereen die op het podium staat.”
Valt daar de vinger op te leggen?
“Nee, gelukkig niet. Dat is net als met geluk. Geluk is ook een staat van zijn die je overkomt. Dat valt niet af te dwingen. Daarom is geluk ook zo bijzonder en exclusief.
Het heeft ook niks te maken met dat je je best niet doet of zo. Want ik ga er elke avond 100 procent voor. Kijk, je moet er zelf echt zin in hebben. Als je niet ook voor jezelf naar Oss gaat, wordt het wel heel treurig allemaal.”
Had je als kind al podiumneigingen?
“O, mijn moeder zong, mijn oma zong, ook mijn oma van mijn moeders kant. Het zit bij ons in de familie. Als klein kind hoorde ik mijn moeder op de radio zingen, want radio was hét ding net na de oorlog. Met mooie orkesten en ‘De bonte dinsdagavondtrein’. Dat vond ik gé-wél-dig. Dat ik mijn moeder op de radio hoorde, daar was ik heel trots op natuurlijk. Ik mocht later opblijven om naar haar te kunnen luisteren.”
Wat vind je ervan als een hele zaal mensen speciaal voor jou is gekomen om naar jou te luisteren?
“Kijk, uit bescheidenheid heeft nog nooit iemand zijn talent getoond. Stel je voor dat je barst van het talent en je durft er niet mee voor de dag te komen. Dat is heel jammer natuurlijk.”
Kom je in zo’n lange carrière nog wel eens voor verrassingen te staan?
“Dat ik op m’n 83e in de Ziggo Dome voor 16000 mensen zou zingen had ik mij in m’n stoutste dromen niet kunnen voorstellen. Zo groot. Je loopt alleen al kilometers voordat je bij dat podium bent. Ik vond het een geweldig avontuur.”
Als je nu kijkt naar die jonge mensen: zijn er dingen die je vroeger hebt gedaan waarvan je nu denkt, dat had ik echt niet moeten doen?
“Ik ben goed in het vergeten van wat me niet genoeg interesseert. Dus weg ermee.”
Verder onder de foto

Wees nieuwsgierig
Heb je een advies voor de jonge generatie kleinkunstenaars?
“Als je de wil hebt om eraan te beginnen, dan geef ik je groot gelijk. Probeer zo veel mogelijk op te steken. Wees nieuwsgierig.”
Nieuwsgierig naar?
“Waar kan ik de dingen halen? Waar zijn de mensen waar ik wat aan heb? Sowieso in je leven, maar ook in je werk. Stel je open op. Wees gretig om alles aan te pakken. Je moet niet al te kieskeurig zijn. Tuurlijk, als je morele bezwaren hebt, moet je daar trouw aan zijn.
En doe een beetje leuke kleren aan. In ieder geval schoongewassen en gestreken. Anders is het alsof je schijt aan je publiek hebt. Niet in een outfit komen waarin je vanochtend nog naar de Albert Heijn ging. Maak er werk van. Wat niet betekent dat je in een feestjurk moet verschijnen. Maar wel dat je ziet: er zit een bedoeling achter en er is aandacht aan besteed. Net als je show.”













